Een eerlijke vraag, en wie ze stelt heeft gelijk. Je krijgt hier cijfers over je eigen land te zien en er wordt je een e-mailadres gevraagd. Dan mag je weten van wie dat komt.
De korte versie. Wij zijn vrijwilligers. Geen partij, geen vzw, geen organisatie. Er komt geen geld binnen en er gaat geen geld uit behalve wat wij zelf voor de website betalen. Wij blijven op de achtergrond, niet omdat we iets te verbergen hebben, maar omdat het over de cijfers moet gaan en niet over ons.
Zodra er een naam en een gezicht op staan, gaat het daarover. Dan wordt het een discussie over wie wij zijn, voor wie we werken, wat we vroeger gestemd hebben en wat we daarmee te winnen hebben. En dan is de vraag waar het écht om gaat, namelijk of die cijfers kloppen, van tafel geveegd nog voor iemand ze heeft nagekeken.
Daarom kan je bij elke vraag op deze site de bron aanklikken. Wij vragen je niet ons te geloven. We vragen je het zelf na te kijken. Dat is de enige manier waarop dit werkt, en het is meteen de reden waarom onze namen er niet toe doen: een cijfer uit het Rekenhof of het Belgisch Staatsblad wordt niet juister of onjuister naargelang wie ernaar verwijst.
Een vereniging oprichten betekent statuten, een bestuur, een rekening, een boekhouding en een jaarverslag. Dat is allemaal zinvol op het moment dat er geld binnenkomt of dat er namens iemand gesproken wordt. Vandaag is geen van beide het geval. Wij halen geen geld op, we vragen geen lidgeld en we aanvaarden geen subsidies. Er valt dus niets te beheren.
Er is ook een principiële reden. Wij vinden dat het probleem in het systeem zit en niet in de personen die het bemannen. Wie daar iets aan wil doen, moet niet nog een structuur bijbouwen. Komt er ooit een moment waarop dit meer moet worden dan een vragenlijst, dan zeggen we dat hier, vooraf en met de reden erbij.
Dat is een bewuste keuze en we hebben ze consequent volgehouden. Waar we het over een concreet dossier hebben, staat er "een staalbedrijf", "een Belgische busbouwer" of "het aangestelde IT-bedrijf". Waar het over een stemming gaat, staat er hoeveel stemmen voor, tegen en onthouden, maar niet wie wat stemde.
De reden is eenvoudig: zodra er één naam valt, kiest de lezer een kamp en gaat het gesprek over dat kamp. Wij willen dat het over het mechanisme gaat. Een subsidieregel die vijftig miljoen euro naar één onderneming stuurt, is even bespreekbaar zonder die naam. En een besparing die niemand had aangekondigd, is niet interessanter omdat je weet wie ze doorvoerde.
Wat we wél doen: we verwijzen naar het openbare register of het parlementaire stuk waarin het staat. Wie de naam per se wil weten, vindt hem daar in dertig seconden. Wij hoeven hem niet uit te spreken.
Wij zullen nooit zeggen dat je voor partij A of B moet kiezen, en wij zullen nooit zeggen dat je op iemand niet moet stemmen. Niet uit voorzichtigheid, maar omdat we denken dat het naast de kwestie is.
Neem het schoolvervoer voor kinderen in het buitengewoon onderwijs. In juni 2026 raakte bekend dat er 204 van de 2.155 ritten zouden verdwijnen, ongeveer een tiende, omdat er jaarlijks ongeveer elf miljoen euro tekort was. Wij hebben de verkiezingsprogramma's van 2024 doorzocht die publiek te raadplegen zijn, vijf van de zeven grote. In geen enkel daarvan stond een besparing op het leerlingenvervoer. Waar het onderwerp voorkwam, ging het net de andere kant op: één programma wilde de maximale reistijd wettelijk vastleggen op twee uur per dag, een ander noemde het onaanvaardbaar dat kinderen uren op een bus zitten. In het regeerakkoord dat na die verkiezingen werd geschreven, staat op bladzijde 143 wél dat "het huidige absolute 'recht op leerlingenvervoer'" hervormd wordt voor nieuwe instromers. Na drie dagen protest werd de besparing teruggedraaid en werd er 10,7 miljoen euro gevonden.
Of neem de pensioenhervorming. In het regeerakkoord van februari 2025 staat woord voor woord dat je "35 loopbaanjaren van 156 dagen" moet hebben om aan een boete op je pensioen te ontsnappen. Die verstrenging van 104 naar 156 dagen stond in geen enkel van de vier programma's die wij volledig konden doorzoeken. De boete zelf trouwens wel: één programma kondigde die uitdrukkelijk aan. Dat vermelden we erbij, want anders zouden we hetzelfde doen als waar wij anderen op aanspreken.
Wat blijft er dan over? Dit: je stemt op een programma en je krijgt een regeerakkoord. Daar kan je niet tegen stemmen, en dat is geen verwijt aan één partij maar een eigenschap van het systeem. Zolang dat zo is, verandert er door onze stemadviezen niets. Door na te gaan wat er is beloofd en wat er is gebeurd, misschien wel.
Elke vraag op deze site is uitgezocht in de bron zelf: het Belgisch Staatsblad, de verslagen van het Rekenhof, parlementaire stukken, jaarverslagen, officiële statistieken en Europese verordeningen. Waar wij iets niet hard konden maken, hebben we het weggelaten of er uitdrukkelijk bij gezet dat we het niet konden bevestigen. Dat gebeurt op verschillende kaarten en het staat er met opzet in: een cijfer waarvan je de herkomst niet kent, is geen cijfer maar een mening.
Er is één vraag waarvoor wij zelf hebben zitten tellen in plaats van een bestaande studie te citeren. Dat staat daar ook zo vermeld, met de uitnodiging om ons te corrigeren als we ernaast zitten.
Wij zijn geen onderzoekers en dit is geen wetenschappelijk werk. Het is bedoeld om dingen te tonen waarvan je denkt: hoe kán dit nu. Soms met een knipoog, altijd met de bron erbij.
Iets gevonden dat niet klopt? Stuur een bericht naar info@onzestem.be. Blijkt het te kloppen, dan passen we het aan en zetten we er publiek bij wat er fout was. Dat hoort er nu eenmaal bij als je transparantie van anderen vraagt.
Sta je op de lijst en wil je je naam anoniem, of er helemaal af? Eén bericht naar privacy@onzestem.be volstaat. Geen formulier, geen reden opgeven, geen drempel.
Wij doen dit naast ons werk en ons gezin. Het kan dus een dag duren voor je antwoord krijgt, en soms twee. We hopen dat je dat begrijpt.
Wat we daar wel bij willen zetten, omdat we het zijn gaan opzoeken: voor een gewone vraag van een burger bestaat er in België geen wettelijke antwoordtermijn. Er zijn er wel voor drie specifieke procedures. Vraag je een document op, dan heeft een Vlaamse overheidsdienst twintig kalenderdagen, verlengbaar tot veertig; federaal is dat dertig, verlengbaar tot vijfenveertig. Dien je een klacht in, dan is het vijfenveertig dagen, in uitzonderlijke gevallen negentig. Maar stel je gewoon een vraag, dan staat er nergens binnen welke termijn je een antwoord hoort te krijgen. Er is een charter dat een antwoord "binnen de maand" belooft, en dat is precies wat het is: een belofte, zonder gevolg als ze niet wordt nagekomen.
Hoe lang het in de praktijk duurt, kunnen we je niet zeggen, en dat is op zich de vaststelling: dat cijfer bestaat niet. Het wordt nergens gemeten, niet Vlaams en niet federaal. Wat we wel vonden zijn losse voorbeelden uit de verslagen van de ombudsdiensten. De erkenning van een buitenlands diploma duurde in 2024 gemiddeld negen maanden, twee maanden langer dan het jaar ervoor. Voor een stedenbouwkundig attest noteerde één stad een gemiddelde van 262,75 dagen. En bij de federale Ombudsman is "redelijke termijn" de op één na meest geschonden norm, goed voor 27% van alle vaststellingen. Ter vergelijking: in Nederland staat gewoon op de overheidssite dat je op een eenvoudige e-mail binnen twee werkdagen antwoord krijgt.
Wij halen dus geen twee werkdagen. Maar we antwoorden wel, en we zeggen erbij wanneer we het niet weten.
Naar de vragenlijst →